Een vinger in het stopcontact kan dodelijk zijn, maar in een Nederlandse woning is de kans daarop klein. Het stopcontact levert volgens Netbeheer Nederland wisselspanning van ongeveer 230 volt bij 50 hertz, genoeg om het hartritme te verstoren als de stroom door de borst loopt. Een aardlekschakelaar schakelt volgens de internationale norm IEC 60479 al bij 30 milliampère lekstroom af, onder het niveau waarop het hart meestal gaat fibrilleren. In de jaaroverzichten van Netbeheer Nederland gaat het om hooguit enkele doden per jaar door elektrocutie in en rond huis. Staat iemand onder stroom: niet aanraken, stroom uitschakelen, 112 bellen en zo nodig reanimeren met een AED.
Ook gezocht als: vinger in stopcontact, kun je dood gaan aan een stopcontact, elektrocutie, onder stroom komen te staan, stroomschok, elektrische schok, geëlektrocuteerd, elektrisering, hoeveel volt is dodelijk, aardlekschakelaar, eerste hulp bij elektrocutie.
Welk nummer belt u? 085-0048099, dag en nacht. U wordt automatisch doorverbonden met het team van onze vaste uitvaartpartner. Een crematie grotendeels zelf regelen kan vanaf circa €800; losse onderdelen zoals ophalen, koeling of de kist verzorgt het team ook. Alles laten regelen kan met vaste samenstellingen zonder apart basistarief: een crematie vanaf €1.750, een begrafenis vanaf €3.900 inclusief een algemeen graf voor tien jaar.
- Kans om te overlijden: thuis klein, dankzij de aardlekschakelaar; zonder die beveiliging en bij een natte huid neemt het gevaar sterk toe.
- Doodsoorzaak: meestal een hartritmestoornis (ventrikelfibrilleren), soms een ademstilstand of ernstige inwendige brandwonden.
- Niet loslaten: wisselstroom laat spieren verkrampen, waardoor de hand zich om de bron kan klemmen.
- Eerste hulp: eerst de stroom eraf, pas dan aanraken, 112 bellen en zo nodig reanimeren met een AED.
- Na een dodelijk ongeval: het is een niet-natuurlijke dood, dus een forensisch arts schouwt en de officier van justitie beslist over vrijgave.
Bijna iedereen heeft het als kind te horen gekregen: niet met je vingers aan het stopcontact. Toch blijft de vraag hangen wat er dan precies gebeurt. Voel je een tik, word je weggeslingerd, of kun je eraan doodgaan? En waarom overleeft de een een flinke schok, terwijl een ander in een vergelijkbare situatie overlijdt?
Op deze pagina legt RouwUitvaart.nl rustig uit wat elektrische stroom met het menselijk lichaam doet, welke beveiliging er in een Nederlandse woning zit en wat u moet doen als iemand onder stroom komt te staan. Dit is uitdrukkelijk voorlichting: probeer niets uit, ook niet met een lage spanning. En omdat wij een site over overlijden en afscheid zijn, leest u onderaan ook wat er gebeurt als een stroomongeval toch dodelijk afloopt en wat nabestaanden dan te wachten staat.
Wat gebeurt er als u een vinger in het stopcontact steekt?
Raakt u een spanningvoerend deel aan terwijl u ook contact hebt met aarde of met een tweede geleider, dan loopt er stroom door uw lichaam; dat heet elektrisering, en loopt het dodelijk af, dan spreekt men van elektrocutie.
Een stopcontact heeft een fase (de draad waar spanning op staat) en een nul. Volgens Netbeheer Nederland staat er op het Nederlandse laagspanningsnet ongeveer 230 volt, met een frequentie van 50 hertz, wat betekent dat de stroom vijftig keer per seconde van richting wisselt: het is wisselstroom. Komt een vinger in contact met de fase, dan zoekt de stroom een weg naar de aarde, via uw hand, uw arm, uw romp en uw voeten. Uw lichaam wordt dan een deel van het stroomcircuit.
Netbeheer Nederland maakt in zijn jaaroverzichten een helder onderscheid tussen twee woorden die vaak door elkaar worden gebruikt. Elektrisering is het krijgen van een schok. Van elektrocutie is pas sprake wanneer er een dode valt. De meeste mensen die thuis een schok krijgen, worden dus geëlektriseerd en niet geëlektrocuteerd: ze voelen een harde tik of een prikkelend, trillend gevoel, schrikken zich een hoedje en houden er hooguit een kleine brandplek of spierpijn aan over.
Hoe het afloopt, hangt niet af van de spanning alleen. Wat de schade doet, is de stroom die werkelijk door het lichaam gaat, en die hangt af van de weerstand van de huid, de weg die de stroom neemt en hoe lang het contact duurt. Daarom kan dezelfde 230 volt voor de een een schrikmoment zijn en voor de ander levensgevaarlijk.
Hoe groot is de kans om te overlijden aan een stroomschok thuis?
Klein: in de jaaroverzichten van Netbeheer Nederland gaat het om hooguit enkele dodelijke elektrocuties per jaar achter de meter, in heel Nederland.
Netbeheer Nederland laat elk jaar alle bekende elektriciteitsongevallen in en rond woningen in kaart brengen, op basis van berichten in kranten, nieuwssites en gegevens van hulpdiensten. In het recentste jaaroverzicht gaat het om 913 geregistreerde ongevallen met 208 gewonden, en verreweg het grootste deel daarvan had te maken met brand en rook: volgens Netbeheer Nederland liepen 161 mensen letsel op door het inademen van rook. In het jaaroverzicht daarvoor telde Netbeheer Nederland zeven doden, van wie vijf door brand of brandwonden en twee door elektrocutie; in het jaar daarna werd geen enkel dodelijk slachtoffer geregistreerd.
Daar horen twee kanttekeningen bij. Netbeheer Nederland wijst er zelf op dat er in Nederland geen meldplicht bestaat voor elektriciteitsongevallen achter de meter, dus de werkelijke aantallen kunnen hoger liggen. En de grootste gevaren in huis zitten volgens dezelfde jaaroverzichten niet in het stopcontact zelf, maar in de meterkast, in accu's en opladers en in apparaten als de wasdroger en de magnetron, vooral door brand.
De lage kans op een dodelijke schok is geen toeval. Moderne installaties hebben randaarde, geïsoleerde snoeren, stopcontacten met kinderbeveiliging en vooral de aardlekschakelaar. Bij oude installaties zonder aardlekschakelaar, bij beschadigde snoeren, bij klussen aan de bedrading en bij water in de buurt van elektriciteit is het risico wezenlijk groter. Wie twijfelt over de eigen meterkast, laat die het best nakijken door een erkend installateur.
Waarom beschermt de aardlekschakelaar u tegen een dodelijke schok?
De aardlekschakelaar meet of er stroom weglekt, bijvoorbeeld via een mens naar de aarde, en schakelt de groep dan binnen een fractie van een seconde af, voordat het hart uit zijn ritme raakt.
In een gezonde installatie gaat er net zoveel stroom een apparaat in als eruit. Loopt er een deel van de stroom via een andere weg naar de aarde, bijvoorbeeld via uw lichaam, dan ontstaat er een verschil. Dat verschil heet lekstroom. De aardlekschakelaar in uw meterkast meet dat verschil voortdurend. In woningen is die schakelaar meestal ingesteld op 30 milliampère: volgens de internationale norm IEC 60479, die de effecten van stroom op het menselijk lichaam beschrijft, ligt dat onder het niveau waarop de kans op ventrikelfibrilleren merkbaar begint te stijgen, als de schakelaar snel genoeg afschakelt.
Dat betekent niet dat u met een aardlekschakelaar niets voelt. De schakelaar reageert pas als er al stroom door u heen loopt, dus u krijgt wel een schok. Maar die schok duurt zo kort dat het hart meestal geen kans krijgt om te gaan fibrilleren. Daarom is een uitgesprongen aardlekschakelaar geen storing om weg te klikken, maar een signaal: ergens in die groep lekt stroom weg, en dat moet worden uitgezocht.
Belangrijk om te weten: een aardlekschakelaar beschermt niet tegen alles. Raakt iemand met twee handen tegelijk de fase en de nul aan, zonder contact met aarde, dan lekt er geen stroom weg en ziet de schakelaar geen verschil. Ook in een oude installatie zonder aardlekschakelaar, of op een groep die er niet achter zit, ontbreekt deze bescherming.
Waaraan overlijdt iemand door elektrocutie?
Meestal aan een hartritmestoornis waarbij het hart niet meer pompt (ventrikelfibrilleren), en daarnaast aan een ademstilstand of aan ernstige brandwonden aan de binnenkant van het lichaam.
Ventrikelfibrilleren
Het hart werkt zelf ook met elektrische signalen. Loopt er van buitenaf wisselstroom door de borst, dan kan dat ritme volledig ontregeld raken. De hartkamers trekken dan chaotisch en heel snel samen, zonder nog bloed rond te pompen. Dat heet ventrikelfibrilleren, en het is een hartstilstand: binnen enkele seconden verliest iemand het bewustzijn. Volgens het MSD Manual kan zo'n hartstilstand optreden zonder dat er aan de buitenkant brandwonden te zien zijn. Ventrikelfibrilleren gaat niet vanzelf over; alleen een schok van een AED of defibrillator kan het hart weer in een normaal ritme brengen.
Ademstilstand
Stroom kan ook de ademhalingsspieren laten verkrampen. Volgens het MSD Manual kan iets meer stroom dan nodig is om iemand te laten vastklemmen, de borstspieren zo laten samentrekken dat de ademhaling stopt. Duurt dat lang genoeg, dan krijgen de hersenen te weinig zuurstof. Bij hoge spanningen kan ook het ademcentrum in de hersenstam worden getroffen.
Brandwonden en inwendige schade
Waar stroom door weefsel gaat, ontstaat warmte. Bij hogere spanningen en langere contacttijden kan dat diepe brandwonden geven, ook aan spieren, bloedvaten en zenuwen die u van buiten niet ziet. Het Rode Kruis waarschuwt dat een kleine wond op de huid een veel grotere beschadiging onder de huid kan verbergen. Door afgebroken spierweefsel kunnen bovendien de nieren in de problemen komen. Daarom wordt iemand na een flinke schok soms een tijd in het ziekenhuis geobserveerd, ook als hij of zij zich goed voelt; Gezondheid en Wetenschap noemt een observatie van 12 tot 24 uur met een hartmonitor.
Meer over het verschil tussen een hartstilstand en een hartinfarct leest u op onze pagina hartstilstand of hartinfarct.
Waarom kun je soms niet loslaten als je onder stroom staat?
Wisselstroom laat de spieren aanhoudend verkrampen; omdat de buigspieren van de onderarm sterker zijn dan de strekspieren, klemt de hand zich dan om de stroombron in plaats van los te laten.
Spieren worden aangestuurd door kleine elektrische prikkels uit de zenuwen. Een stroom van buitenaf doet hetzelfde, maar dan ongecontroleerd en, bij de 50 hertz van het net die Netbeheer Nederland noemt, vijftig keer per seconde. Volgens het MSD Manual zorgt wisselstroom daardoor voor een aanhoudende spiersamentrekking, terwijl gelijkstroom vaker één enkele, krachtige samentrekking geeft. Pakt iemand een draad of apparaat met de hand vast, dan winnen de buigspieren het van de strekspieren en sluit de hand zich steeds steviger.
Het punt waarop dat gebeurt, heet de loslaatgrens. Volgens de internationale norm IEC 60479 ligt die bij wisselstroom van het lichtnet rond de 10 milliampère; een stroom van ongeveer 0,5 milliampère voelt men volgens dezelfde norm al als een tinteling. Ligt de stroom boven de loslaatgrens, dan kan iemand zichzelf niet meer bevrijden, en dat is precies wat een stroomongeval zo gevaarlijk maakt: hoe langer het contact duurt, hoe groter de kans dat het hart of de ademhaling erbij betrokken raakt.
Daarom is de eerste regel van eerste hulp ook zo streng: wie iemand die vastzit aan een stroombron met de blote hand vastpakt, komt zelf in het circuit en kan net zo goed vast komen te zitten.
Verstijf je of word je weggeslingerd door stroom?
Allebei kan: wisselstroom laat de spieren eerder verstijven en vastklemmen, terwijl gelijkstroom en hoogspanning vaker één krachtige spiersamentrekking geven waardoor iemand van de bron af wordt geworpen.
Het beeld uit films, waarin iemand na een schok door de kamer vliegt, klopt maar voor een deel. Het is niet de stroom die iemand wegduwt; het zijn de eigen spieren die in een fractie van een seconde volledig samentrekken. Volgens het MSD Manual geeft gelijkstroom vaak één samentrekking die iemand van de stroombron af gooit, en kunnen zware schokken zo'n krachtige spiersamentrekking veroorzaken dat mensen tegen de grond worden geslagen. Dat wegslingeren redt soms een leven, omdat het contact meteen verbroken wordt, maar het geeft ook letsel door de val, zoals botbreuken of hoofdletsel.
Bij wisselstroom van het lichtnet ligt dat anders. Daar is juist het verstijven en vastklemmen het gevaar. Volgens het naslagwerk GPnotebook geldt wisselstroom bij dezelfde spanning als ongeveer drie keer zo gevaarlijk als gelijkstroom, juist omdat de spieren blijven samentrekken en het contact daardoor langer duurt.
Bij hoogspanning gelden weer andere regels. Volgens het MSD Manual spreekt men vanaf ongeveer 500 volt van hoogspanning, en die kan door de lucht overspringen in een vlamboog, zonder dat iemand de draad echt aanraakt. Hoogspanning veroorzaakt vaker zware brandwonden, inwendige schade en letsel door wegslingeren. Daarom blijft u bij een ongeval met hoogspanning, zoals een bovenleiding of een afgebroken hoogspanningskabel, op ruime afstand en waarschuwt u direct 112.
Welke factoren bepalen hoe gevaarlijk een stroomschok is?
De stroomsterkte, de weg die de stroom door het lichaam neemt, hoe lang het contact duurt, de soort stroom en hoe nat of droog de huid is, bepalen samen of een schok onschuldig of levensgevaarlijk is.
- Stroomsterkte: niet de spanning maar de stroom door het lichaam doet de schade. Hoe hoger de stroom, hoe groter het effect: van tintelen via vastklemmen tot een hartritmestoornis.
- De route door het lichaam: volgens het MSD Manual is stroom die van arm naar arm of van arm naar been loopt veel gevaarlijker dan stroom die alleen door een been naar de grond gaat, omdat de eerste route door het hart kan lopen.
- De duur van het contact: hoe langer de stroom loopt, hoe groter de schade. Ook daarom is de snelheid van de aardlekschakelaar zo belangrijk.
- De soort stroom: wisselstroom van het lichtnet laat de spieren verkrampen; gelijkstroom geeft vaker één harde schok.
- Natte of droge huid: volgens het MSD Manual zit de meeste weerstand van het lichaam in de huid, en daalt die weerstand sterk als de huid nat of beschadigd is. Bij een natte huid loopt er bij dezelfde spanning dus veel meer stroom door het lichaam. Elektriciteit en water, zoals in de badkamer of buiten in de regen, zijn daarom een gevaarlijke combinatie.
- Contact met de aarde: wie op blote voeten op een natte vloer staat of een metalen leiding vasthoudt, maakt een betere verbinding met de aarde dan iemand op droge schoenen met rubberen zolen.
- De persoon zelf: kinderen, mensen met een hartaandoening of een pacemaker en mensen die al verzwakt zijn, zijn kwetsbaarder.
Plotseling overlijden door een oorzaak van buitenaf raakt families vaak extra hard, juist omdat niemand het zag aankomen. Lees ook onze pagina over plotseling overlijden van jonge mensen.
Wat doet u als iemand onder stroom staat?
Raak de persoon niet aan zolang de stroom er nog op staat, schakel eerst de stroom uit, bel 112 en begin met reanimeren en een AED als de persoon niet normaal ademt.
- 1. Zorg voor uw eigen veiligheid: raak iemand die nog contact heeft met de stroombron niet met de blote hand aan, want dan komt u zelf onder stroom te staan.
- 2. Haal de stroom eraf: het Rode Kruis adviseert de stekker uit het stopcontact te trekken of de stroom uit te schakelen in de meterkast. Lukt dat niet meteen, gebruik dan nooit iets van metaal of iets wat nat is.
- 3. Bij hoogspanning op afstand blijven: volgens het Rode Kruis blijft u bij hoogspanning op ruime afstand, waarschuwt u omstanders en belt u 112. Benader het slachtoffer pas als de hulpdiensten zeggen dat het veilig is.
- 4. Bel 112: het Rode Kruis noemt een ongeval met hoogspanning, een verminderd bewustzijn, problemen met de ademhaling en ernstige brandwonden als redenen om direct 112 te bellen.
- 5. Reanimeer als iemand niet normaal ademt: start met borstcompressies en laat iemand een AED halen. Volgens de Hartstichting geeft reanimatie met een AED binnen 6 minuten de grootste kans op overleving. Volgens de Rijksoverheid mag iedereen in Nederland een AED gebruiken, ook zonder cursus; het apparaat vertelt stap voor stap wat u moet doen.
- 6. Koel brandwonden: de Nederlandse Brandwonden Stichting adviseert een brandwond minimaal 10 minuten te koelen met lauw, zacht stromend leidingwater, en bij elektrisch letsel altijd een arts te waarschuwen.
- 7. Laat ook een lichte schok nakijken als er klachten zijn: het Rode Kruis wijst erop dat er inwendige brandwonden kunnen zijn die u niet ziet. Bij hartkloppingen, pijn op de borst, duizeligheid, verwardheid of brandplekken gaat u met spoed naar een arts.
Hebt u gereanimeerd en is de persoon toch overleden, dan blijft dat vaak lang bij u. Op onze pagina over reanimeren en de rol van nabestaanden leest u wat er dan gebeurt, en dat u hebt gedaan wat u kon.
Wat gebeurt er na een dodelijk stroomongeval?
Een overlijden door stroom is altijd een niet-natuurlijke dood: de huisarts mag dan geen verklaring van natuurlijk overlijden afgeven, een forensisch arts (de gemeentelijk lijkschouwer) komt kijken en de officier van justitie beslist wanneer het lichaam wordt vrijgegeven.
Volgens de wet is een overlijden alleen natuurlijk als het uitsluitend het gevolg is van ziekte of ouderdom. Bij een elektrocutie is er een oorzaak van buitenaf, dus is het een niet-natuurlijke dood. Wat daarna gebeurt, verloopt volgens een vaste route:
- De politie en de forensisch arts komen: volgens de GGD voert de forensisch arts bij ongevallen in en om huis een uitwendige lijkschouw uit. Meer over die rol leest u op onze pagina over de schouwarts.
- Overleg met de officier van justitie: de forensisch arts overlegt met de officier van justitie, die kan besluiten tot nader onderzoek. Soms volgt een gerechtelijke sectie bij het Nederlands Forensisch Instituut; zie obductie en gerechtelijke sectie.
- Onderzoek naar de oorzaak: bij een ongeval op het werk doet de Nederlandse Arbeidsinspectie onderzoek; bij een ongeval in huis kan worden gekeken naar de installatie of het apparaat. Zo'n onderzoek kan de uitvaart enkele dagen later laten plaatsvinden.
- Vrijgave en uitvaart: pas na vrijgave door de officier van justitie kan de uitvaart worden geregeld. Een uitvaartverzorger kan, als er zichtbaar letsel is, bespreken wat er mogelijk is bij de verzorging en het afscheid.
Alles over de stappen bij een overlijden door een ongeval leest u op onze pagina overlijden door een ongeval of niet-natuurlijke dood. Het verschil tussen klinisch dood, hersendood en een natuurlijke dood staat uitgelegd op klinisch dood, hersendood en natuurlijke dood. En wilt u weten welke stappen er in het algemeen na een overlijden komen, kijk dan bij wat te doen bij overlijden. Wat een afscheid ongeveer kost, ziet u bij wat kost een uitvaart. Belt u ons, dan wordt u automatisch doorverbonden met het team van onze vaste uitvaartpartner, dat uw vragen beantwoordt en, als u dat wilt, de uitvaart in gang zet bij een uitvaartverzorger bij u in de buurt.
Veelgestelde vragen
De meest gestelde vragen over een vinger in het stopcontact en elektrocutie, met korte antwoorden op basis van de bronnen onderaan deze pagina.
Ja, dat kan, maar in een Nederlandse woning is de kans klein. Het stopcontact levert volgens Netbeheer Nederland ongeveer 230 volt wisselspanning, genoeg om het hart uit zijn ritme te brengen als de stroom door de borst loopt. Een aardlekschakelaar schakelt de stroom meestal zo snel af dat het hart niet gaat fibrilleren.
Elektrisering is het krijgen van een stroomschok: er loopt stroom door het lichaam en iemand voelt een tik, tinteling of kramp. Van elektrocutie spreekt men volgens Netbeheer Nederland pas als er bij zo'n ongeval een dode valt. De meeste mensen die thuis een schok krijgen, worden dus geëlektriseerd en overleven het zonder blijvende schade.
Weinig. In de jaaroverzichten van Netbeheer Nederland over ongevallen achter de meter gaat het om hooguit enkele dodelijke elektrocuties per jaar: in het ene jaar twee, in het jaar daarna geen enkele geregistreerde. Er bestaat geen meldplicht, dus het werkelijke aantal kan iets hoger liggen. De meeste slachtoffers vallen door brand en rook.
Wisselstroom laat de spieren aanhoudend verkrampen. De buigspieren van de onderarm zijn sterker dan de strekspieren, waardoor de hand zich om de stroombron klemt. Volgens de internationale norm IEC 60479 ligt die loslaatgrens bij stroom van het lichtnet rond de 10 milliampère. Daarboven kan iemand zichzelf niet meer bevrijden en duurt het contact gevaarlijk lang.
Soms. Volgens het MSD Manual geeft gelijkstroom vaak één krachtige spiersamentrekking die iemand van de bron af gooit, en kunnen zware schokken mensen tegen de grond slaan. Bij wisselstroom van het stopcontact is verstijven en vastklemmen juist vaker het gevaar. Wegslingeren verbreekt het contact, maar kan letsel geven door de val.
Een aardlekschakelaar meet of er stroom weglekt, bijvoorbeeld via een mens naar de aarde. In woningen schakelt hij meestal af bij 30 milliampère; volgens de internationale norm IEC 60479 ligt dat onder het niveau waarop het hart gaat fibrilleren, als hij snel genoeg afschakelt. U voelt wel een schok, maar die duurt heel kort.
Raak de persoon niet aan zolang de stroom er nog op staat. Trek de stekker eruit of schakel de stroom uit in de meterkast, zoals het Rode Kruis adviseert. Bel 112. Ademt iemand niet normaal, start dan met reanimeren en laat een AED halen. Bij hoogspanning blijft u op ruime afstand.
Na een korte schok zonder klachten is dat volgens het Rode Kruis meestal niet nodig. Hebt u wel klachten, zoals hartkloppingen, pijn op de borst, duizeligheid, een brandplek of een verminderd bewustzijn, ga dan met spoed naar een arts. Een kleine wond op de huid kan namelijk grotere schade onder de huid verbergen.
Een overlijden door stroom is een niet-natuurlijke dood. De politie en een forensisch arts komen ter plaatse, en de forensisch arts overlegt met de officier van justitie. Die kan nader onderzoek laten doen, zoals een gerechtelijke sectie. Pas na vrijgave van het lichaam kunnen de nabestaanden de uitvaart laten plaatsvinden.
Bronnen
Elk cijfer op deze pagina komt uit een van de onderstaande bronnen, en de bronnaam staat in dezelfde zin als het cijfer; deze pagina is voorlichting en vervangt geen medisch advies.
- Netbeheer Nederland
- Internationale norm IEC 60479
- MSD Manual
- GPnotebook
- Het Rode Kruis
- Nederlandse Brandwonden Stichting
- Hartstichting
- Rijksoverheid
- Gezondheid en Wetenschap
- GGD (forensische geneeskunde)
Meer weetjes over afscheid en de dood
Deze uitleg hoort bij een reeks over gebruiken, geloof en vragen rond de dood; hieronder vindt u de andere delen.
- Wat is een absoute? Betekenis in de uitvaartmis
- Hoe lang duurt een uitvaartdienst in de kerk?
- Wat gebeurt er na de dood met je ziel? Zeven visies
- 21 gram ziel: het verhaal, de kritiek en het geloof
- Bijna-doodervaring: wat mensen zien en wat we weten
- Klinisch dood, hersendood en natuurlijke dood
- Vlag halfstok bij overlijden: regels en rouwvlaggen
- Waarom loopt iemand voor de rouwauto uit?
- Baarkleed op de kist en kist open of dicht
- Waarom zwart dragen op een uitvaart? Rouwkleding
- Oversterfte in Nederland: uitleg, meting en oorzaken
- Zand op de kist gooien: betekenis en gebruiken
- Oude rouwgebruiken: spiegels, klok en gordijnen
- Voeten vooruit gedragen: waarom de kist zo gaat
- Waarom liggen graven naar het oosten gericht?
- Steentjes, munten en bloemen op een graf: betekenis
- Kun je onsterfelijk worden? Wat de wetenschap zegt
- Schijndood: hoe vaak komt het echt voor?
Is er iemand overleden door een ongeval?
RouwUitvaart.nl is een landelijk informatie- en verwijsplatform. De uitvaart zelf wordt verzorgd door een uitvaartverzorger bij u in de buurt, via onze vaste uitvaartpartner. Belt u ons, dan wordt u automatisch doorverbonden met het team van onze vaste uitvaartpartner, dat uw vragen beantwoordt en, als u dat wilt, de uitvaart in gang zet. Het team spreekt Nederlands en Engels.
Elektriciteit is zo vanzelfsprekend dat we zelden stilstaan bij de kracht ervan. Een goede meterkast, voorzichtigheid met water en weten wat u moet doen als het misgaat, maken het verschil. En als een ongeval toch iemand uit uw leven wegneemt: neem de tijd die u nodig hebt, en vraag hulp waar dat kan.
Team RouwUitvaart.nl











