Schijndood: hoe vaak komt het echt voor? | RouwUitvaart.nl
Achtergrond · het vaststellen van de dood

Schijndood: hoe vaak komt het echt voor?

Zeldzamer dan het beeld doet vermoeden, en beter afgedekt.

Direct antwoord op de hoofdvraag

Hoe vaak komt schijndood voor?

Uitzonderlijk zelden, en niet op het moment dat mensen vrezen.

Direct antwoord

Het verschijnsel bestaat en heeft een naam: het Lazarus-fenomeen, in vaktaal autoresuscitatie. Het houdt in dat de bloedsomloop spontaan terugkomt nadat een reanimatie is gestaakt. Een overzichtsstudie in het Journal of Clinical Medicine telt wereldwijd zesenzeventig beschreven gevallen, afkomstig uit zevenentwintig landen, en dat is de optelsom van tientallen jaren aan meldingen. In verreweg de meeste van die gevallen kwam de circulatie binnen vijf tot tien minuten na het staken terug, dus in de ziekenhuiskamer of bij de ambulance, niet dagen later in een kist. Daar komt bij dat in Nederland altijd een arts het overlijden vaststelt en dat er wettelijk tijd zit tussen het overlijden en de uitvaart. De angst is oud en begrijpelijk; het risico is dat allang niet meer.

Ook gezocht als: schijndood, Lazarus-fenomeen, autoresuscitatie, levend begraven, hoe wordt de dood vastgesteld.

Welk nummer belt u? 085-0048099, dag en nacht: u wordt automatisch doorverbonden met het team van onze vaste uitvaartpartner. Vaste samenstellingen zonder apart basistarief: crematie vanaf €1.750, begrafenis vanaf €3.900 inclusief algemeen graf. Een crematie zelf regelen kan vanaf circa €800; losse diensten, zoals een complete opbaring, kunnen er altijd bij.

In het kort

  • Het bestaat: autoresuscitatie na een gestaakte reanimatie
  • Zeldzaam: zesenzeventig gevallen in de literatuur
  • Wanneer: meestal binnen vijf tot tien minuten
  • In Nederland: een arts stelt de dood vast
  • Termijn: minimaal zesendertig uur tot de uitvaart
  • Twijfel? zeg het hardop, dat mag altijd
Is er iemand overleden?
Uitvaart regelen? 085-0048099
Het verschijnsel

Wat het Lazarus-fenomeen is

Spontane terugkeer van de circulatie na een gestaakte reanimatie.

De term komt uit het Bijbelverhaal, maar het verschijnsel is nuchter beschreven in de medische literatuur. Bij een klein aantal patiënten komt de bloedsomloop vanzelf terug nadat artsen een reanimatie hebben gestaakt.

Waarom dat gebeurt is niet volledig begrepen; een van de verklaringen die wordt genoemd is opgebouwde druk in de borstkas tijdens het beademen, die na het stoppen wegvalt.

Een overzichtsstudie in het Journal of Clinical Medicine komt tot zesenzeventig beschreven gevallen wereldwijd, uit zevenentwintig landen, waarvan tien bij kinderen. Dat is over de hele wereld en over vele jaren gerekend een verdwijnend klein aantal.

Bovendien overleeft maar een deel van die patiënten daarna langer dan een paar dagen, en volledig herstel zonder schade is uitzonderlijk. Het is dus een medisch curiosum, geen verborgen risico.

Het tijdvenster

Wanneer het gebeurt, en wanneer niet

In de minuten na het staken, niet in de dagen erna.

Dit is het punt dat het beeld uit films en verhalen onderuithaalt. Volgens dezelfde overzichtsstudie komt de circulatie in verreweg de meeste beschreven gevallen binnen vijf tot tien minuten na het staken van de reanimatie terug. Dat betekent dat het gebeurt terwijl er nog een team omheen staat, met monitoren erbij, in de acute situatie zelf. Het gebeurt niet in een rouwkamer en niet onder de grond. Juist daarom is er in de acute zorg ook aandacht voor: na het staken wordt nog een periode geobserveerd voordat de dood definitief wordt vastgesteld. Wie het beeld van de kist met de bel in zijn hoofd heeft, verplaatst een verschijnsel uit de eerste tien minuten naar een moment dagen later, waar het nooit is waargenomen.

Moment Wat er gebeurt Risico op verwarring
Tijdens de reanimatie Team en monitoren aanwezig Geen
Eerste tien minuten erna Observatieperiode Hier is autoresuscitatie beschreven
Vaststelling door de arts Verklaring van overlijden Geen
De dagen tot de uitvaart Minimaal zesendertig uur Geen gedocumenteerde gevallen
Na de uitvaart Geen Alleen in verhalen en films
De waarborg

Wie in Nederland de dood vaststelt

Altijd een arts, en bij twijfel de gemeentelijk lijkschouwer.

In Nederland kan een overlijden pas verder worden afgehandeld als een arts het heeft vastgesteld. Bij een natuurlijke dood is dat de behandelend arts. Is er twijfel, of gaat het om een niet-natuurlijke dood, dan komt de gemeentelijk lijkschouwer erbij en zo nodig ook de officier van justitie. Zonder verklaring van overlijden gebeurt er niets: de gemeente kan het overlijden niet registreren, er komt geen verlof tot begraven of cremeren en de uitvaart kan niet doorgaan. Voor nabestaanden voelt dat papierwerk soms als vertraging op een moment waarop niemand op formulieren zit te wachten. Het is precies andersom bedoeld: dat is het slot dat ervoor zorgt dat er nooit iemand wordt begraven of gecremeerd zonder dat een arts heeft gekeken.

De tweede waarborg

De tijd tussen overlijden en uitvaart

Minimaal zesendertig uur, en dat is geen toeval.

Er zit in Nederland standaard minimaal zesendertig uur tussen het overlijden en de uitvaart, en de uitvaart vindt uiterlijk op de zesde werkdag na de dag van overlijden plaats. Die ondergrens is niet bedacht om nabestaanden te laten wachten, maar om ruimte te laten: voor de vaststelling, voor eventuele vragen en voor familie die van ver moet komen. Afwijken van die termijn kan alleen met toestemming en dat gebeurt niet zomaar; er moet een goede reden zijn, bijvoorbeeld een religieus voorschrift. Bij elkaar betekent dit dat er tussen het laatste ademhalen en het sluiten van de kist altijd meer dan een dag zit, met in die periode mensen om de overledene heen die dit werk dagelijks doen en die weten waar zij naar kijken.

Wanneer het lastig is

Situaties waarin iemand dood kan lijken

Onderkoeling en vergiftiging maken het beeld ingewikkeld.

Er zijn omstandigheden waarin ademhaling en hartslag zo ver worden onderdrukt dat ze met het blote oog nauwelijks waarneembaar zijn. Sterke onderkoeling is de bekendste: iemand die lang in koud water heeft gelegen kan een hartslag hebben die zo traag en zwak is dat hij nauwelijks te vinden is. In de acute zorg bestaat daarvoor de vuistregel dat iemand pas warm dood is, wat betekent dat er bij onderkoeling langer wordt doorgegaan en dat de dood niet wordt vastgesteld voordat het lichaam is opgewarmd. Ook zware vergiftigingen en bepaalde medicijnen kunnen zo'n beeld geven. Artsen kennen die situaties en houden er rekening mee; dat is precies waarom de vaststelling bij een arts ligt en niet bij een familielid of een ondernemer.

Klopt er iets niet in uw ogen, zeg het dan hardop tegen de arts of de uitvaartondernemer. Zij zijn gewend aan zulke vragen en nemen ze serieus.
Waar de angst vandaan komt

De kist met de bel

Een oude, echte angst uit een tijd zonder betrouwbare controle.

De angst om levend begraven te worden heeft een eigen naam gekregen en een eigen technologie voortgebracht. Er zijn kisten ontworpen met een koord aan een bel boven de grond, met luchtpijpen en met luiken. Die dingen zijn echt gemaakt en verkocht, in een tijd waarin de dood werd vastgesteld met een spiegel voor de mond en waarin epidemieën zorgden voor haastige begrafenissen. De angst was in die omstandigheden niet gek. Wat er sindsdien is veranderd, is niet de menselijke fantasie maar de controle: een arts die kijkt, een wettelijke termijn en een keten van mensen die een overledene onder ogen krijgen. Dat het beeld is blijven hangen in boeken en films zegt iets over ons, niet over de praktijk van vandaag.

De vraag achter de vraag

Kan iemand levend begraven of gecremeerd worden?

In Nederland is dat vrijwel uitgesloten, omdat er drie sloten achter elkaar zitten: een arts stelt de dood vast, de wet laat minimaal zesendertig uur tussen overlijden en uitvaart, en de overledene wordt in die tijd gekoeld en verzorgd door mensen die de tekenen van de dood kennen.

Achter de vraag hoe vaak schijndood voorkomt, zit bij veel mensen een concretere angst: dat iemand die nog leeft wordt begraven of gecremeerd. Die angst is begrijpelijk, maar het Nederlandse systeem is er juist op ingericht om dat onmogelijk te maken. Het eerste slot is de lijkschouw. Een arts stelt het overlijden vast en vult de verklaring van overlijden in; is er twijfel over de oorzaak, of gaat het om een niet-natuurlijke dood, dan komt de gemeentelijk lijkschouwer erbij. Zonder die verklaring geeft de gemeente geen verlof tot begraven of cremeren.

Het tweede slot is de wachttermijn. Volgens de Wet op de lijkbezorging mag een begrafenis of crematie niet eerder plaatsvinden dan zesendertig uur na het overlijden. Eerder mag alleen als de burgemeester, na een arts te hebben gehoord, daar toestemming voor geeft in overeenstemming met de officier van justitie, en dat gebeurt alleen met een goede reden, zoals een religieus voorschrift om snel te begraven. Volgens de toelichting bij de wet is die termijn bedoeld om ruimte te laten voor vragen over het overlijden; in de praktijk betekent hij ook dat er altijd ruim tijd zit tussen de vaststelling en het moment waarop de kist definitief sluit.

Het derde slot is de verzorging en de koeling. In de dagen tot de uitvaart ligt de overledene in een koelcel van een uitvaartcentrum of thuis op een koelplaat, en wordt hij of zij gewassen, aangekleed en opgebaard. De mensen die dat doen, zien dagelijks overledenen en herkennen de zekere tekenen van de dood: de lijkvlekken, de lijkstijfheid die opkomt en weer verdwijnt, en het lichaam dat afkoelt. Bij iemand die nog leeft, zouden die tekenen ontbreken, en dat valt op.

  • Bij een begrafenis gaan er dus minstens anderhalve dag aan voorbij, met in die tijd meerdere mensen die de overledene onder ogen krijgen.
  • Bij een crematie geldt dezelfde termijn en hetzelfde verlof. In Vlaanderen schrijft het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging bij een crematie zelfs het advies van een tweede arts voor, als extra controle op de doodsoorzaak.
  • Twijfelt u toch, dan mag u altijd vragen of een arts nog eens kijkt, of dat er wat meer tijd wordt genomen voordat de kist sluit.
De berichten uit het buitenland

Kun je wakker worden in een koelcel of mortuarium?

In het buitenland zijn enkele gevallen gemeld van mensen die ten onrechte dood waren verklaard en kort daarna bij een uitvaartonderneming bleken te leven; telkens ging het mis bij een te snelle vaststelling, en telkens merkten medewerkers het op voordat er een uitvaart was.

Af en toe verschijnt er in het nieuws een bericht over iemand die in een mortuarium of een koelcel weer bleek te ademen. Zulke verhalen gaan snel rond en voeden de angst. Het helpt om ze rustig naast elkaar te leggen, want ze lijken opvallend op elkaar.

  • Polen: volgens internationale persberichten, die zich baseerden op de Poolse zender TVN, werd een vrouw van 91 jaar dood verklaard en na ongeveer elf uur in de koelcel van een uitvaartonderneming wakker gevonden. Een medewerker zag de lijkzak bewegen. De arts had volgens dezelfde berichten polsslag, hartslag, ademhaling en pupillen gecontroleerd, en justitie stelde een onderzoek in.
  • Verenigde Staten: volgens de Amerikaanse zender NBC werd een vrouw van 66 jaar in een zorginstelling in de staat Iowa dood verklaard en ongeveer anderhalf uur later in een lijkzak naar een uitvaartcentrum gebracht, waar medewerkers zagen dat haar borstkas bewoog. De instelling kreeg een boete. De vrouw overleed enige tijd later alsnog, met haar familie bij zich.
  • Tsjechië: volgens The Brussels Times werd een vrouw van 88 jaar in Pilsen door een arts dood verklaard en opende zij haar ogen toen medewerkers van het uitvaartbedrijf haar in de kist wilden leggen. Zij werd ter observatie naar het ziekenhuis gebracht en de politie onderzocht het handelen van de arts.

Wat deze gevallen gemeen hebben, is belangrijker dan het schokeffect. In alle drie werd de dood vastgesteld na een korte controle, zonder observatieperiode. En in alle drie waren het juist de mensen van de uitvaartonderneming die het opmerkten, op het moment dat zij de overledene verzorgden of kistten, na de vaststelling en lang voor een begrafenis of crematie. Het zijn geen voorbeelden van mensen die in een kist onder de grond wakker werden, maar van een tweede controle die werkte.

In Nederland zitten diezelfde controles er standaard in: de vaststelling door een arts, de wettelijke wachttijd van minimaal zesendertig uur en de verzorging door mensen die dagelijks met overledenen werken. In Nederlandse bronnen vonden wij geen gedocumenteerd geval van iemand die in een koelcel of mortuarium weer bij bewustzijn kwam. Dat betekent niet dat fouten ondenkbaar zijn, wel dat er voldoende momenten zijn waarop zo'n fout wordt opgemerkt.

Uit de praktijk van de overledenenzorg: wie jarenlang dag en nacht in mortuaria, uitvaartcentra en crematoria werkt en duizenden overledenen heeft verzorgd, heeft nooit meegemaakt dat iemand in een koelcel wakker werd. Zodra de bloedsomloop lang genoeg stil staat, is daar ook geen reden voor. Hoe het in een koelcel werkelijk gaat, leest u bij wat er in een rouwcentrum gebeurt.

Niet te verwarren

Dit is iets anders dan een valse melding

Een verkeerd doorgegeven bericht is geen schijndood.

Wij hebben op deze site een pagina over een geval waarin een vrouw werd doodgemeld en niet dood bleek. Dat verhaal wordt vaak in één adem genoemd met schijndood, maar het gaat over iets heel anders: daar ging het mis in de melding en in de verificatie daarvan, niet in de medische vaststelling. Het onderscheid is belangrijk, omdat de les er een andere is. Bij een valse melding gaat het om navragen, terugbellen en niet uitrijden op één telefoontje. Bij schijndood gaat het om medische waarneming en om de tijd die daarvoor wordt genomen. Wie ze door elkaar haalt, komt tot de conclusie dat er iets mis is met het systeem, terwijl in beide gevallen juist de controle het verschil maakte.

Praktisch

Zo werkt de controle rond een overlijden in Nederland

Vijf stappen; alleen de laatste ligt bij u.

  1. 1
    Een arts stelt het overlijden vast

    Bij twijfel komt de gemeentelijk lijkschouwer erbij.

  2. 2
    Er komt een verklaring van overlijden

    Zonder dat document kan er niets in gang worden gezet.

  3. 3
    De gemeente registreert het overlijden

    Pas daarna volgt het verlof tot begraven of cremeren.

  4. 4
    Er zit tijd tussen overlijden en uitvaart

    Minimaal zesendertig uur, uiterlijk de zesde werkdag.

  5. 5
    Twijfelt u, zeg het dan hardop

    Vragen stellen aan arts of ondernemer is nooit ongepast.

Waarom deze pagina anders leest

Wat u hier wel en niet vindt

Cijfers met een bron, en geen sensatie.

U vindt hier wat er in de medische literatuur staat, met de bron in dezelfde zin, en hoe de controle in Nederland eruitziet. U vindt hier geen huiveringwekkende verhalen zonder bron en geen medisch advies; over uw eigen situatie of die van een naaste gaat uw huisarts, niet deze pagina. Onze pagina over de valse overlijdensmelding gaat over verificatie van berichten en staat er los van. Het vaststellen van het overlijden gebeurt door een arts, en dat blijft ook zo als de uitvaartverzorger al is ingeschakeld.

Voor alles wat medisch is, is uw huisarts of de dienstdoende arts het juiste adres.
Vooruitdenken

Wat u zelf kunt vastleggen

Uitgesproken angst is makkelijker te ondervangen.

Zit u met dit onderwerp, dan hoeft u daar niet stil mee te blijven. Sommige mensen laten in hun wensen opnemen dat er extra tijd wordt genomen voordat de kist sluit, of dat zij liever thuis worden opgebaard zodat er langer iemand bij is. Dat zijn geen rare verzoeken en ondernemers kennen ze. Bespreek het met uw huisarts en zet het bij uw laatste wensen, samen met de rest: muziek, plaats, wie er mag beslissen. Kijk daarnaast wat een afscheid ongeveer kost en of er een polis loopt, want dat bepaalt de speelruimte van uw nabestaanden. Wij geven zelf geen financieel of verzekeringsadvies; voor advies over een polis kunt u terecht bij een AFM-geregistreerd adviseur.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over schijndood

De vragen die mensen stellen als ze dit lezen.

Uitzonderlijk zelden. Een overzichtsstudie in het Journal of Clinical Medicine telt wereldwijd zesenzeventig beschreven gevallen van spontaan herstel na een gestaakte reanimatie, uit zevenentwintig landen. Dat gaat over decennia aan meldingen bij elkaar. De kans dat u het meemaakt is dus verwaarloosbaar klein.

Het is de vakterm voor autoresuscitatie: de bloedsomloop komt spontaan terug nadat een reanimatie is gestaakt. Volgens dezelfde overzichtsstudie gebeurt dat in verreweg de meeste beschreven gevallen binnen vijf tot tien minuten na het stoppen. Het speelt zich dus af in de minuten erna, niet in de dagen erna.

Daar is in de moderne medische literatuur geen gedocumenteerd geval van. Het beeld komt uit een tijd zonder betrouwbare controle op de dood; er werden zelfs kisten met bellen gebouwd. In Nederland stelt een arts het overlijden vast voordat er iets anders gebeurt.

Een arts. Bij een natuurlijke dood is dat de behandelend arts, en bij twijfel of bij een niet-natuurlijke dood komt de gemeentelijk lijkschouwer. Zonder verklaring van overlijden mag er niets: geen aangifte bij de gemeente, geen verlof, geen begrafenis of crematie.

Sterke onderkoeling, een vergiftiging of bepaalde medicijnen kunnen de ademhaling en de hartslag zo ver onderdrukken dat ze nauwelijks waarneembaar zijn. Artsen kennen die situaties en houden er rekening mee. Bij onderkoeling geldt in de acute zorg de vuistregel dat iemand pas warm dood is.

Niet als reëel risico bij een uitvaart. Het systeem kent drie sloten: een arts stelt de dood vast, er zit altijd tijd tussen het overlijden en de uitvaart, en in die tijd is de overledene in handen van mensen die dagelijks met overledenen werken.

In Nederland zit er standaard minimaal zesendertig uur tussen het overlijden en de uitvaart, en vindt de uitvaart uiterlijk op de zesde werkdag na de dag van overlijden plaats. Die ondergrens bestaat juist om ruimte te laten voor controle en voor nabestaanden. Afwijken kan alleen met toestemming, en dat gebeurt niet zomaar.

Praktisch weinig, en dat is geruststellend bedoeld. De controle is niet uw taak. Wat u wel mag doen is vragen stellen als iets u niet klopt; artsen en uitvaartondernemers zijn daaraan gewend en nemen zo'n vraag serieus. Twijfel uitspreken is nooit ongepast.

Omdat het een oude, echte angst is. Er is een tijd geweest waarin de dood niet betrouwbaar kon worden vastgesteld, en die angst is in verhalen en films blijven hangen. Wat er sindsdien is veranderd is de controle, niet de menselijke fantasie erover.

Nee, dat was iets anders. Daar ging het om een valse of verkeerd doorgegeven overlijdensmelding, niet om iemand die medisch dood leek. Wij hebben daar een aparte pagina over, omdat de les daar over verificatie van meldingen gaat en niet over de vaststelling van de dood.

Dat kan, en het mag. Sommige mensen laten in hun wensen opnemen dat er extra tijd wordt genomen of dat een tweede arts kijkt. Bespreek het met uw huisarts en zet het bij uw laatste wensen. Uitgesproken angst is makkelijker te ondervangen dan verzwegen angst.

Belt u, dan helpt het team van onze vaste uitvaartpartner u verder. De vaststelling van het overlijden gebeurt altijd door een arts. Zit u met een vraag daarover, bel dan uw huisarts.

Dat is vrijwel uitgesloten. Een arts stelt eerst de dood vast, en volgens de Wet op de lijkbezorging mag een begrafenis of crematie pas zesendertig uur na het overlijden plaatsvinden. In die tijd wordt de overledene gekoeld en verzorgd door mensen die de zekere tekenen van de dood kennen en direct zouden zien dat er iets niet klopt.

In het buitenland zijn enkele gevallen gemeld, bijvoorbeeld in Polen, de Verenigde Staten en Tsjechië, van mensen die te snel dood waren verklaard. Telkens merkten medewerkers van de uitvaartonderneming het op, lang voor een uitvaart. In Nederlandse bronnen vonden wij zo'n geval niet; hier zitten de vaststelling door een arts en de wachttijd altijd ertussen.

Meer informatie

Gerelateerde onderwerpen

Deze pagina's sluiten het dichtst aan bij dit onderwerp.