Wat is het verschil?
Een klinische obductie gebeurt met uw toestemming in het ziekenhuis; een gerechtelijke sectie wordt gelast door de officier van justitie en daarvoor is uw toestemming niet nodig.
Bij een klinische obductie vraagt de behandelend arts uw toestemming; een klinisch patholoog onderzoekt dan wat de doodsoorzaak was of hoe een ziekte is verlopen. U kunt zo'n onderzoek ook zelf ter sprake brengen, bijvoorbeeld bij twijfel over de doodsoorzaak of over een erfelijke aandoening. Een gerechtelijke sectie is iets anders: die wordt gelast door de officier van justitie of de rechter-commissaris wanneer een niet-natuurlijke doodsoorzaak niet kan worden uitgesloten, en wordt uitgevoerd door een forensisch patholoog, meestal bij het Nederlands Forensisch Instituut. Daar is uw toestemming niet voor nodig en u kunt het niet tegenhouden. Wat dat voor u betekent, is vooral tijd: de uitvaart kan pas plaatsvinden nadat de officier van justitie de overledene heeft vrijgegeven. Van de gebruikelijke termijn van zes werkdagen mag in zo'n situatie worden afgeweken.
Ook gezocht als: autopsie, sectie op het lichaam, obductie toestemming, lichaam vrijgeven officier van justitie, onderzoek doodsoorzaak, NFI sectie nabestaanden.
In het kort
- Obductie: in het ziekenhuis, met toestemming van de nabestaanden
- Sectie: op last van justitie, zonder uw toestemming
- Aanleiding: een niet-natuurlijke doodsoorzaak kan niet worden uitgesloten
- Uitvoering: klinisch patholoog of forensisch patholoog
- Uitvaart: pas na vrijgave door de officier van justitie
- Afscheid: kijken kan daarna meestal gewoon
Wie beslist, en wie voert het uit?
Het verschil zit niet in de handeling maar in de opdrachtgever — en daarmee in de vraag of u iets te kiezen heeft.
| Punt | Klinische obductie | Gerechtelijke sectie |
|---|---|---|
| Wie beslist | De nabestaanden, op verzoek van de arts | De officier van justitie of de rechter-commissaris |
| Toestemming nodig | Ja | Nee |
| Wie voert uit | Een klinisch patholoog | Een forensisch patholoog, meestal bij het NFI |
| Waar | In het ziekenhuis | Op een aparte locatie van het onderzoeksinstituut |
| Doel | Doodsoorzaak of ziekteverloop verhelderen | Onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek |
| Kosten voor u | Doorgaans geen; vraag het na bij het ziekenhuis | Geen; justitie draagt de kosten |
Gaat het om een ongeval of een plotseling overlijden buiten het ziekenhuis, lees dan ook overlijden door een ongeval of niet-natuurlijke dood.
Hoe het in zijn werk gaat
Zodra een arts twijfelt over een natuurlijke dood, komt de gemeentelijke lijkschouwer en verschuift de beslissing naar justitie.
De behandelend arts mag alleen een verklaring van overlijden afgeven als hij overtuigd is van een natuurlijke dood. Twijfelt hij, dan schakelt hij de gemeentelijke lijkschouwer in. Die onderzoekt en meldt zijn bevindingen bij de officier van justitie. Vanaf dat moment beslist justitie: geen nader onderzoek en vrijgave, of een sectie en pas daarna vrijgave. Voor nabestaanden voelt die periode lang, juist omdat er weinig te sturen valt. Vraag daarom expliciet om een contactpersoon en om een indicatie wanneer u meer weet.
- Vraag wie uw contactpersoon is: de arts, de politie of de officier van justitie
- Vraag of het gaat om onderzoek met of zonder uw toestemming
- Vraag wanneer de overledene naar verwachting wordt vrijgegeven
- Laat de uitvaartondernemer meelezen; die kent de route
- Plan de uitvaartdatum pas definitief na de vrijgave
Wat het betekent voor opbaring en afscheid
Kijken en afscheid nemen kan daarna meestal gewoon; de verzorging vraagt alleen meer werk en de koeling blijft belangrijk.
Na het onderzoek wordt de overledene weer verzorgd en gekleed. Veel families zien daarna niets bijzonders meer, maar het blijft verstandig om vooraf te vragen wat u kunt verwachten, zodat u zelf kiest of en hoe u wilt kijken. Kiest u voor thanatopraxie in plaats van koeling, dan ligt het tarief na een obductie hoger, ongeveer tussen € 700 en € 950. Blijft het bij koeling, dan geldt het normale beeld: goed gekoeld is ongeveer tien dagen mogelijk, meestal vier tot zes dagen.
Hoeveel later kan de uitvaart plaatsvinden?
Zolang de overledene niet is vrijgegeven, kan er geen uitvaart zijn — en daarvoor mag van de gebruikelijke termijn worden afgeweken.
Normaal vindt de uitvaart plaats binnen zes werkdagen na het overlijden, waarbij zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen niet meetellen. Loopt er een onderzoek, dan is dat niet houdbaar en wordt die termijn losgelaten totdat het lichaam vrijkomt. Hoelang dat duurt, verschilt sterk per zaak. Houd de kaarten en de aula daarom in optie en zet pas een datum vast als u de vrijgave zwart-op-wit heeft.
Zo pakt u het aan in vijf stappen
In deze volgorde weet u wat er speelt en voorkomt u dat u een datum belooft die niet gehaald kan worden.
- 1
Vraag welk onderzoek het is
Vraag of het gaat om een klinische obductie waarvoor u toestemming geeft, of om een sectie op last van justitie.
- 2
Vraag naar de reden
Vraag de arts of de officier van justitie waarom het onderzoek nodig is en welke vragen het moet beantwoorden.
- 3
Vraag wanneer het lichaam vrijkomt
Vraag wanneer de overledene naar verwachting wordt vrijgegeven, want daar hangt de datum van de uitvaart aan vast.
- 4
Overleg over de opbaring
Overleg met de uitvaartondernemer over de verzorging na het onderzoek en over afscheid nemen en kijken.
- 5
Vraag naar de uitslag
Vraag hoe en wanneer u de uitslag krijgt, en bij wie u later nog met vragen terechtkunt.
Wat u hier wel en niet vindt
Geen medische beschrijving van de handeling, maar het antwoord op de twee vragen die nabestaanden echt hebben: mag ik nee zeggen, en wanneer kan de uitvaart?
Zoekt u hierop, dan krijgt u vooral ziekenhuisfolders over de procedure of juridische stukken over strafrechtelijk onderzoek. Wat daartussen ontbreekt is het praktische midden: het verschil in zeggenschap, en wat het uitstel betekent voor de planning van het afscheid. Dat staat hier vooraan.
Verandert obductie iets aan de uitkering?
Nee, maar het kan de uitvaart en daarmee de nota wel uitstellen.
Een uitvaartverzekering keert uit ongeacht of er obductie of gerechtelijke sectie plaatsvindt. Wat wel verandert is het tijdpad: het lichaam is later beschikbaar, waardoor de uitvaart opschuift en er soms extra dagen koeling nodig zijn. Vraag uw verzekeraar of die extra dagen binnen de dekking vallen, want bij een naturasamenstelling is dat niet altijd zo.
Veelgestelde vragen over obductie en sectie
De vragen die nabestaanden het vaakst stellen over toestemming, tijd, afscheid en de uitslag.
Een klinische obductie gebeurt in het ziekenhuis met toestemming van de nabestaanden en wordt uitgevoerd door een klinisch patholoog. Een gerechtelijke sectie gebeurt op last van de officier van justitie, in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, en daarvoor is uw toestemming niet nodig.
Voor een klinische obductie wel: die gaat alleen door als de nabestaanden toestemming geven. Voor een gerechtelijke sectie niet; die wordt gelast door de officier van justitie. U wordt daarover wel geïnformeerd, maar u kunt het niet tegenhouden of laten uitstellen.
Omdat een niet-natuurlijke doodsoorzaak niet kan worden uitgesloten. Bij twijfel schakelt de arts de gemeentelijke lijkschouwer in, en die meldt het bij de officier van justitie. Die beslist vervolgens of nader onderzoek nodig is en of er een sectie komt.
Een forensisch patholoog, meestal bij het Nederlands Forensisch Instituut, in opdracht van de officier van justitie of de rechter-commissaris. Dat gebeurt dus niet in het ziekenhuis waar de overledene lag, maar op een aparte locatie van het onderzoeksinstituut zelf, vaak in Den Haag.
Pas nadat de officier van justitie het lichaam heeft vrijgegeven. Daardoor kan de uitvaart later vallen dan de gebruikelijke zes werkdagen; van die termijn mag in zulke gevallen worden afgeweken. Vraag om een indicatie zodra dat kan, en plan de datum pas daarna.
Meestal wel. Na het onderzoek wordt de overledene weer netjes verzorgd en gekleed. Vraag de uitvaartondernemer of de verzorger vooraf wat u kunt verwachten, zodat u zelf kunt kiezen of en hoe u wilt kijken en wie daarbij aanwezig is.
Er is meer zorg nodig en koeling blijft belangrijk. Kiest u voor thanatopraxie, dan ligt het tarief na een obductie hoger, ongeveer tussen € 700 en € 950. Bespreek vooraf met de ondernemer welke vorm van opbaring in uw situatie mogelijk is.
Bij een klinische obductie bespreekt de behandelend arts de uitslag met u; dat duurt vaak enkele weken. Bij een gerechtelijke sectie loopt dat via het onderzoek van justitie, en is de informatie beperkter zolang het strafrechtelijk onderzoek nog loopt; vraag naar uw contactpersoon.
Aan een klinische obductie in het ziekenhuis zijn voor de nabestaanden doorgaans geen kosten verbonden, en een gerechtelijke sectie wordt door justitie betaald. Vraag het na bij het ziekenhuis, zodat u zeker weet waar u aan toe bent voordat u toestemming geeft.
U kunt het vragen aan de behandelend arts, bijvoorbeeld als er onduidelijkheid is over de doodsoorzaak of over een erfelijke aandoening. De arts beoordeelt of het zinvol en mogelijk is; het ziekenhuis beslist daar uiteindelijk over, in overleg met de patholoog.
Gerelateerde onderwerpen
Deze pagina's sluiten het dichtst aan: niet-natuurlijke dood, het lichaam na overlijden, thanatopraxie en de termijnen.









