Dienstplicht: sterf jij voor andermans oorlog?

26 oktober 2026

Deel dit artikel

Dienstplicht: sterf jij voor andermans oorlog? | RouwUitvaart.nl

Sterven voor een oorlog die niet de jouwe is

Direct antwoord

Ben je nu verplicht in dienst? Nee. Volgens de Rijksoverheid is de dienstplicht in Nederland nooit afgeschaft, maar is alleen de opkomstplicht opgeschort; niemand wordt nu opgeroepen. Wie 17 wordt, krijgt een brief die volgens Defensie alleen de inschrijving bevestigt, met een uitnodiging voor een vrijwillige vragenlijst. Het kabinet werkt wel een Dienmodel uit dat stap voor stap kan leiden tot een verplichte vragenlijst, keuring en, als uiterste middel, een selectieve opkomstplicht. Volgens Ipsos I&O zegt 17 procent van de Nederlanders bereid én in staat te zijn mee te vechten bij een aanval.

Ook gezocht als: dienstplicht Nederland, komt de dienstplicht terug, dienstplicht brief 17 jaar, moet ik reageren op de dienstplichtbrief, defensie enquête, dienstplicht weigeren straf, gewetensbezwaarde worden, wie wordt opgeroepen bij oorlog, selectieve opkomstplicht, dienstplicht vrouwen, dienstplicht tot welke leeftijd, sneuvelbereidheid, bereid te vechten voor je land.

Moet u een uitvaart regelen? Bel 085-0048099, dag en nacht: u wordt automatisch doorverbonden met het team van onze vaste uitvaartpartner. Vaste samenstellingen zonder apart basistarief: crematie vanaf €1.750, begrafenis vanaf €3.900 inclusief algemeen graf. Een crematie zelf regelen kan vanaf circa €800; losse diensten, zoals een complete opbaring, kunnen er altijd bij.

  • Nu: de dienstplicht bestaat nog, de opkomstplicht is opgeschort; niemand wordt opgeroepen.
  • De brief op je zeventiende: bevestigt alleen je inschrijving; de vragenlijst erbij is vrijwillig.
  • De plannen: een Dienmodel met stappen van vrijwillig naar verplicht, met een selectieve opkomstplicht als uiterste middel; daarvoor is nieuwe wetgeving nodig.
  • De bereidheid: volgens de peilingen tussen ruwweg 15 en 50 procent, en veel lager voor een ander land.
  • Weigeren: volgens de Kaderwet dienstplicht maximaal twee jaar cel, in buitengewone omstandigheden tot vijf jaar; gewetensbezwaarden kunnen vervangende dienst doen.

In een tijd waarin geopolitieke spanningen toenemen, de oorlog in Oekraïne al jaren sleept en politici steeds vaker over “weerbaarheid” en “defensiebereidheid” spreken, duikt een oude, ongemakkelijke vraag weer op: ben jij bereid te sterven voor je land? Of, preciezer geformuleerd: ben jij bereid te sterven, of te doden, in een conflict waarvan de oorzaken, belangen en belangenbehartigers ver van je eigen leven afstaan? Een oorlog die niet de jouwe is, maar die van bondgenootschappen, energiebelangen, prestige of de strategische berekeningen van elites.

Deze vraag is niet abstract. Ze raakt aan de kern van soevereiniteit, individualisme, democratie en de morele legitimiteit van de staat om het lichaam van de burger op te eisen. In Nederland, een land dat decennia van vrede, welvaart en post-heroïsch denken kende, is de discussie bijzonder scherp. De cijfers over “sneuvelbereidheid” schommelen, de retoriek verhardt, en op de achtergrond blijft de wet op de dienstplicht bestaan, met boetes en gevangenisstraf als stok achter de deur.

De cijfers: van 15 procent naar bijna de helft, of toch niet?

Afhankelijk van de vraag en het moment zegt volgens de peilingen tussen ruwweg 15 en 50 procent van de Nederlanders bereid te zijn voor het land te vechten, en Nederland scoort daarmee internationaal laag.

Lange tijd stond Nederland internationaal bekend als een van de landen met de laagste bereidheid om te vechten. In de WIN/Gallup International End of Year-survey rond 2014-2015 gaf slechts ongeveer 15 procent van de Nederlanders aan bereid te zijn voor hun land te vechten. Alleen Japan scoorde volgens die survey lager. In 2022, kort na de grootschalige Russische inval in Oekraïne, bevestigde onderzoek van Motivaction in opdracht van het programma Dit is de Kwestie dit beeld: 16 procent zei de wapens te willen oppakken om Nederland te verdedigen. Ruim twee derde was volgens Motivaction niet bereid. Mannen scoorden hoger (24 procent) dan vrouwen (9 procent).

In 2024 leek er een omslag. Onderzoek van Clingendael toonde dat bijna de helft (rond 49 procent) van de ondervraagden bereid was te vechten voor het vaderland. Een derde was dat volgens Clingendael niet, de rest twijfelde. Voor een ander EU-land daalde de bereidheid volgens hetzelfde onderzoek tot onder de 30 procent. Clingendael-directeur Monika Sie Dhian Ho plaatste direct de nodige kanttekening: een vragenlijst invullen is iets anders dan daadwerkelijk de wapens oppakken wanneer de tanks naderen.

Nog later, in december 2024, publiceerde Ipsos I&O een peiling waarin slechts 17 procent van de Nederlanders aangaf bij een aanval op Nederland zowel bereid als in staat te zijn mee te vechten. Onder mannen lag dat volgens Ipsos I&O op 25 procent, onder jonge mannen (18-34) op 30 procent. Een groot deel gaf aan wel bereid maar niet in staat, of omgekeerd, of helemaal niet.

De spreiding in de cijfers is veelzeggend. Afhankelijk van de formulering van de vraag (“vechten voor het vaderland”, “bereid én in staat”, “voor een ander EU-land”), de timing en de context schommelt de uitkomst in deze peilingen tussen ruwweg 15 en 50 procent. Wat consistent blijft, is dat Nederland in Europees en mondiaal perspectief relatief laag scoort. In landen met recente of acute dreiging, of met een actieve dienstplichtcultuur (Finland, delen van Oost-Europa, bepaalde Aziatische en Midden-Oosterse landen), liggen de percentages structureel hoger.

De post-heroïsche samenleving en de oorlog die niet de jouwe is

Nederland is een post-heroïsche samenleving geworden waarin het leven van de individuele burger als hoogste goed geldt, en de meeste conflicten waarin het land via bondgenootschappen kan belanden, zijn geen klassieke zelfverdediging.

De lage basisbereidheid is geen toeval. Nederland is, net als veel West-Europese landen, een post-heroïsche samenleving geworden. Decennia van welvaart, individuele vrijheid, mensenrechtenretoriek en de afwezigheid van existentiële dreiging hebben het idee van collectief offer verzwakt. Het leven van de individuele burger wordt als hoogste goed gezien. Sterven voor een abstract “vaderland” of voor de strategische belangen van de NAVO voelt voor velen als een anachronisme, zo niet als pure waanzin.

Hier ligt de kern van de kritiek: de meeste hedendaagse oorlogen en conflicten waarin Nederland via bondgenootschappen betrokken kan raken, zijn niet “onze” oorlogen in de klassieke zin van territoriale zelfverdediging. Ze zijn hybride, proxy, ideologisch of geopolitiek van aard. Ze gaan over invloedssferen, energiecorridors, democratische waarden versus autoritaire regimes, of over het handhaven van een internationale orde die zelf door grote machten selectief wordt toegepast. Voor de gemiddelde Nederlander, die in een huurhuis of koopwoning woont, werkt, kinderen opvoedt of probeert rond te komen, is het verschil tussen “verdediging van de democratische rechtsstaat” en “deelnemen aan een conflict waarvan de inzet door elites is gedefinieerd” vaak vaag.

Wanneer de vijand niet aan de landsgrens staat, maar in een ver land, of wanneer de dreiging bestaat uit hybride aanvallen, cyberoperaties of economische druk, wordt de morele claim van de staat om burgers te laten sneuvelen problematisch. Men kan oprecht vinden dat een land zich moet kunnen verdedigen, en toch weigeren het eigen leven of dat van de eigen kinderen te offeren voor een conflict dat door politieke en militaire top wordt gevoerd. De bereidheid daalt scherp wanneer de vraag niet meer over “Nederland” gaat, maar over “een ander EU-land” of een NAVO-verplichting. Dat is geen lafheid; het is een rationele afweging van belangen.

Bovendien is er het onderscheid tussen “sterven” en “doden”. Veel discussies richten zich op de bereidheid om te sneuvelen. Minder aandacht gaat naar de bereidheid om zelf te doden: jonge mensen van de andere kant, die eveneens door hun staat of ideologie naar het front zijn gestuurd. Oorlog is geen abstracte verdediging van vlag of grondwet; het is georganiseerd geweld waarbij menselijke lichamen worden vernietigd. Wie dat bagatelliseert tot “vaderlandsliefde”, doet de morele complexiteit tekort.

Dwang: de stok achter de deur van boetes en gevangenisstraf

De dienstplicht is in Nederland nooit afgeschaft: alleen de opkomstplicht is opgeschort, en wie na een oproep opzettelijk niet komt, riskeert volgens de Kaderwet dienstplicht tot twee jaar cel.

Zolang de bereidheid vrijwillig blijft, is de discussie relatief onschuldig. Maar de Nederlandse staat heeft de dienstplicht nooit afgeschaft. Sinds 1 mei 1997 is de opkomstplicht opgeschort. De wet zelf bestaat nog. Iedereen met de Nederlandse nationaliteit wordt volgens de Kaderwet dienstplicht ingeschreven in het jaar dat hij of zij 17 wordt (sinds 2020 ook vrouwen), en kan in buitengewone omstandigheden tot 45 jaar worden opgeroepen. Bij 17 jaar ontvangt men een brief, tegenwoordig met een uitnodiging voor een vrijwillige vragenlijst van Defensie. Verder gebeurt er in vredestijd niets. In een ernstige crisis kunnen regering en parlement de opkomstplicht reactiveren.

Wat gebeurt er dan bij weigering? Wie niet komt opdagen na een oproep, riskeert straf. Volgens de Kaderwet dienstplicht kan wie opzettelijk niet opkomt maximaal twee jaar gevangenisstraf of een hoge geldboete krijgen; in buitengewone omstandigheden kan dat volgens dezelfde wet oplopen tot vijf jaar. De Wet gewetensbezwaren militaire dienst kent dezelfde maximumstraf van twee jaar voor wie de vervangende dienst weigert. Er bestaat een procedure voor gewetensbezwaren, maar die is geen automatische vrijbrief; de staat beoordeelt of de bezwaren ernstig en oprecht genoeg zijn.

Dit is de harde realiteit achter de retoriek van “weerbaarheid”. Wanneer de vrijwillige bereidheid onvoldoende is, grijpt de staat naar dwang. De burger wordt dan niet langer als autonoom individu behandeld, maar als potentieel soldaatmateriaal. De morele legitimiteit van die claim hangt af van de aard van het conflict. Bij een directe invasie van Nederlands grondgebied is de claim sterker. Bij deelname aan een verre of hybride conflict, of bij het nakomen van bondgenootschapsverplichtingen waarvan de bevolking de details nauwelijks kent, is de claim zwakker. Dwang in zo’n context is in wezen de staat die zegt: jouw leven is minder waard dan onze strategische berekeningen.

De geschiedenis leert dat dwang zelden zuiver is. In eerdere perioden belandden dienstweigeraars in de cel. De proportionaliteit van die straffen was destijds al discutabel. In een moderne, individualistische samenleving is die spanning nog groter. Mensen die principieel weigeren te doden of te sterven voor een conflict dat zij als onrechtvaardig of irrelevant zien, worden dan crimineel gemaakt.

De brief op je zeventiende en de plannen van het kabinet

De brief die 17-jarigen krijgen, bevestigt alleen de inschrijving, maar het kabinet werkt een Dienmodel uit dat stap voor stap van een vrijwillige vragenlijst naar een selectieve opkomstplicht kan leiden.

Wie zeventien wordt, krijgt post van Defensie. Volgens Defensie bevestigt die brief alleen de inschrijving voor de dienstplicht, met een registratienummer; van een oproep is geen sprake en reageren hoeft niet. Sinds september 2025 zit er wel een uitnodiging bij voor een online vragenlijst, via een QR-code. Volgens de Rijksoverheid is die vrijwillig, duurt hij vijf tot tien minuten en heeft niet invullen geen gevolgen. Vrijwillig, voorlopig.

Want het kabinet denkt verder. Staatssecretaris Boswijk van Defensie stuurde de Tweede Kamer in september 2026 een uitwerking van het zogeheten Dienmodel voor jongeren van 18 tot 27 jaar. Volgens de Rijksoverheid is dat een ladder: eerst een vrijwillige vragenlijst, dan een verplichte vragenlijst, dan verplicht reageren op een uitnodiging, daarna verplichte selectie en keuring, en als uiterste middel een selectieve opkomstplicht, waarbij wie geselecteerd wordt ook echt moet opkomen. Vrijwilligheid blijft volgens het kabinet de basis. Voor elke verplichte stap is nieuwe wetgeving nodig, wat volgens de Rijksoverheid ongeveer twee jaar kost, en de sancties liggen volgens de NOS nog niet vast.

Opvallend is de afstand tussen de woorden en de richting. Op de vraag-en-antwoordpagina van de Rijksoverheid staat dat er geen plannen zijn om weer op te roepen, terwijl het ministerie in dezelfde periode precies uitwerkt hoe dat stap voor stap mogelijk wordt. Wie zeventien is en een vragenlijst krijgt, mag zich afvragen waar die vragenlijst over een paar jaar voor dient.

Intussen gaan de ambities omhoog. Volgens de Rijksoverheid hebben de NAVO-landen afgesproken uiterlijk in 2035 vijf procent van het bbp aan defensie te besteden, en wil Defensie in een conflict tot 200.000 mensen kunnen inzetten: beroepsmilitairen, reservisten en burgerpersoneel samen. Het zijn getallen die laten zien hoe serieus de staat rekening houdt met een oorlog, en dus met de vraag wie die gaat voeren.

Ook de nieuwere peilingen laten de kloof zien. Volgens het EenVandaag Opiniepanel vindt 58 procent van de Nederlanders tot 45 jaar een actieve dienstplicht een goed idee, maar zou 54 procent van wie zelf opgeroepen kan worden proberen eronderuit te komen, en zou slechts 8 procent in een ander land willen vechten. Volgens een panel van Hart van Nederland is 62 procent voor terugkeer van de dienstplicht, maar onder de 30 jaar maar 23 procent. Het draagvlak ligt dus vooral bij wie zelf niet hoeft te gaan. Volgens de Clingendael Defensiebarometer is bijna de helft bereid Nederland te verdedigen, maar voor een ander EU-land of een NAVO-land ligt die bereidheid veel lager.

De kloof tussen retoriek, peilingen en realiteit

Peilingen meten intenties onder veilige omstandigheden, niet wat mensen doen wanneer de oproep echt komt.

Peilingen meten intenties onder veilige omstandigheden. Ze meten niet hoe mensen handelen wanneer de oproep daadwerkelijk komt, wanneer vrienden sneuvelen, wanneer de economie instort of wanneer de politieke elite zelf veilig blijft. Clingendael en andere onderzoekers erkennen dit gat tussen “zeggen” en “doen”. In post-heroïsche samenlevingen is de neiging groot om in abstracte termen over “verdediging van waarden” te spreken, terwijl de concrete offerbereidheid beperkt blijft, vooral onder jongeren en hoger opgeleiden.

Daar komt bij dat vertrouwen in de overheid een rol speelt. Wanneer een significant deel van de bevolking twijfelt of defensiegeld goed wordt besteed, of de politieke koers steunt, of de bondgenootschappen als evenwichtig ervaart, daalt de bereidheid verder. Vechten voor een staat waarvan men zich vervreemd voelt, is psychologisch en moreel moeilijker dan vechten voor een gemeenschap waarin men zich geborgen weet.

Een kritische balans

Een land moet zich kunnen verdedigen, maar niet elke geopolitieke crisis rechtvaardigt het opeisen van het leven van burgers.

Er is een legitieme behoefte aan een geloofwaardige krijgsmacht en aan het vermogen om het eigen grondgebied en de eigen samenleving te verdedigen. Absoluut pacifisme is in een wereld met agressieve actoren geen realistische optie voor een staat. Tegelijkertijd is de automatische gelijkstelling van “bereidheid om te sterven” met morele superioriteit of vaderlandsliefde misplaatst. Veel van de conflicten waarin Nederland via NAVO of EU betrokken kan raken, zijn geen pure zelfverdedigingsoorlogen. Ze zijn complex, hybride en belangengebonden.

De cijfers laten zien dat een substantieel deel van de Nederlanders, afhankelijk van de peiling tussen de helft en ruim vier op de vijf, niet of nauwelijks bereid is het eigen leven te riskeren. Dat is geen moreel falen, maar een teken van een samenleving die individuele autonomie serieus neemt. Wanneer de staat vervolgens de dwanginstrumenten van boetes en gevangenisstraf in stelling brengt, moet die staat een zeer sterke, overtuigende rechtvaardiging leveren. Niet elke geopolitieke crisis rechtvaardigt het opeisen van het leven van burgers.

De echte test is niet de peiling, maar de concrete vraag: is dit conflict zo existentieel dat de staat het morele recht heeft om jonge mensen, al dan niet met boete of celstraf, naar het front te sturen? Voor een directe verdediging van Nederlands grondgebied is het antwoord voor de meesten ja. Voor een oorlog die “niet de jouwe” is, een conflict waarvan de inzet, de duur en de offers door anderen worden bepaald, is het antwoord een stuk minder vanzelfsprekend. In die spanning tussen collectieve veiligheid en individuele integriteit ligt de kern van de huidige discussie. Die discussie verdient meer eerlijkheid, minder retoriek en een scherper onderscheid tussen noodzakelijke verdediging en optionele belangenpolitiek.

Burgers als kanonnenvoer

Wie over vrijheid en weerbaarheid praat, zet zelden het eigen leven op het spel: het zijn gewone jongeren die de brief krijgen, moeten opkomen en uiteindelijk moeten vechten.

Er is nog een punt dat weinig mensen hardop durven te zeggen. Wanneer politici en leiders praten over “onze vrijheid” of “weerbaarheid”, is het zelden hun eigen leven dat op het spel staat. Het zijn gewone jongeren die de brief krijgen, die moeten opkomen, en die uiteindelijk moeten vechten. Burgers worden dan gebruikt als kanonnenvoer voor een geopolitieke oorlog die zij zelf niet hebben gevraagd.

Als Trump, Poetin, Zelensky of Ursula von der Leyen zo graag willen vechten, moeten zij dat zelf doen. Of in ieder geval de risico’s dragen. In plaats daarvan blijft de politieke elite veilig, terwijl gewone mensen de prijs betalen. Zij noemen het “onze oorlog”, maar in werkelijkheid is het hun oorlog.

Dat betekent niet dat een land zich nooit mag verdedigen. Maar een conflict dat vooral gaat over macht, prestige of belangen van anderen, mag niet zomaar de oorlog van de gewone burger worden. Wie dat toch doet, behandelt mensen niet als vrije burgers, maar als inzetbaar materiaal. En precies dan verliest de staat het morele recht om iemand te dwingen.

Veelgestelde vragen over de dienstplicht

De vragen die mensen nu het meest stellen over de dienstplicht, de brief, weigeren en oorlog, met een kort antwoord en de bron erbij.

Ja. Volgens de Rijksoverheid is de dienstplicht nooit afgeschaft. Alleen de opkomstplicht is voor onbepaalde tijd uitgesteld, sinds 1 mei 1997. Jongeren worden nog wel ingeschreven en krijgen een brief, maar Defensie roept niemand op. Regering en parlement kunnen de opkomstplicht alleen in heel uitzonderlijke situaties opnieuw activeren.

Volgens Defensie bevestigt de brief alleen dat je bent ingeschreven voor de dienstplicht, met je registratienummer. Van een oproep is geen sprake. Iedereen met de Nederlandse nationaliteit krijgt hem in het jaar dat hij of zij 17 wordt. Je hoeft je nergens te melden en je hoeft niets terug te sturen.

Nee. Op de brief zelf hoef je volgens de Rijksoverheid niet te reageren. Er zit wel een uitnodiging bij voor een online vragenlijst van Defensie, via een QR-code. Die vul je alleen in als je dat wilt. Volgens Defensie heeft niet invullen geen gevolgen en word je niet opgeroepen op basis van je antwoorden.

Nu niet. Volgens de Rijksoverheid is de vragenlijst vrijwillig, duurt hij vijf tot tien minuten en kies je zelf of je contactgegevens achterlaat. In het Dienmodel van staatssecretaris Boswijk kan de enquête later wel verplicht worden. Daarvoor is eerst nieuwe wetgeving nodig, die volgens de Rijksoverheid ongeveer twee jaar kost.

Volgens de Rijksoverheid krijgen Nederlanders die in het buitenland wonen geen brief. Wie terugkeert en zich bij een gemeente inschrijft, krijgt de brief alsnog als hij of zij jonger is dan 35. Volgens de Kaderwet dienstplicht doet de gemeente de inschrijving. Woon je in Nederland en kwam er geen brief, vraag het dan na bij je gemeente.

Er is nog niets besloten. Staatssecretaris Boswijk van Defensie werkt volgens de Rijksoverheid aan een Dienmodel. Daarin blijft vrijwilligheid de basis, en een selectieve opkomstplicht is het uiterste middel als de veiligheid sterk verslechtert en het leger zeer snel moet groeien. Voor verplichte stappen is nieuwe wetgeving nodig, en die kost ongeveer twee jaar.

Volgens de Rijksoverheid is het de zwaarste stap in het Dienmodel. Jongeren van 18 tot 27 jaar moeten dan de vragenlijst invullen, op een uitnodiging reageren, aan selectie en keuring meedoen en, als zij geselecteerd zijn, ook opkomen. Niet iedereen gaat dus: Defensie kiest uit wie geschikt is. Het is een plan, nog geen wet.

Ja. Volgens de Rijksoverheid geldt de dienstplicht sinds 1 januari 2020 ook voor vrouwen, en vrouwen die 17 worden krijgen dezelfde brief als mannen. Net als voor mannen is de opkomstplicht opgeschort, dus vrouwen worden nu ook niet opgeroepen. In het geplande Dienmodel gelden de stappen voor jongeren van 18 tot 27 jaar, ongeacht geslacht.

Volgens de Kaderwet dienstplicht word je ingeschreven in het jaar dat je 17 wordt. Voor opleiding en oefening worden mensen ouder dan 35 niet opgeroepen. In buitengewone omstandigheden, zoals oorlog, ligt de grens op 45 jaar. De Rijksoverheid spreekt daarom van dienstplicht van 17 tot 45 jaar. Het Dienmodel richt zich op 18 tot 27 jaar.

Volgens de Kaderwet dienstplicht kan de minister in buitengewone omstandigheden dienstplichtigen oproepen voor zover dat nodig is. Mensen ouder dan 45 worden niet opgeroepen. Dat gaat bij koninklijk besluit en het parlement toetst mee. Volgens de Rijksoverheid kost opkomen jaren voorbereiding, omdat kazernes, instructeurs en materieel ontbreken. Wie als eerste gaat, staat niet vast.

Niet automatisch. Volgens de Rijksoverheid moeten regering en parlement de opgeschorte opkomstplicht eerst opnieuw activeren. Daarna volgen een oproep en een keuring. Volgens de Kaderwet dienstplicht moet je aan een oproep gehoor geven. Wie ernstige gewetensbezwaren heeft, kan via de Wet gewetensbezwaren militaire dienst om erkenning vragen en doet dan vervangende dienst.

Volgens artikel 36 van de Kaderwet dienstplicht riskeert wie opzettelijk niet opkomt na een oproep maximaal twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. In buitengewone omstandigheden kan dat vijf jaar worden. Zonder opzet is het maximaal een maand hechtenis. Voor het geplande Dienmodel liggen de sancties volgens de NOS nog niet vast.

Ja, via de Wet gewetensbezwaren militaire dienst. Die erkent onoverkomelijke gewetensbezwaren tegen het zelf vervullen van militaire dienst, omdat je daarbij geweld moet gebruiken. Je dient een onderbouwde aanvraag in bij de minister van Defensie en een adviescommissie hoort je. Wie erkend wordt, hoeft geen militaire dienst te doen, maar wel vervangende dienst.

Volgens de Wet gewetensbezwaren militaire dienst doet een erkende gewetensbezwaarde werk bij een overheidsdienst of een aangewezen instelling in plaats van militaire dienst. In gewone omstandigheden duurt dat een derde langer dan de militaire opleiding. In buitengewone omstandigheden duurt het even lang als de militaire dienst. Wie deze dienst opzettelijk weigert, riskeert tot twee jaar gevangenisstraf.

Op dit moment niet. Volgens de Rijksoverheid kun je nu geen ontheffing aanvragen, omdat er geen keuring plaatsvindt. Pas als de opkomstplicht terugkomt, zou een keuring bepalen wie geschikt is. Welke medische eisen dan gelden, bijvoorbeeld bij autisme, astma of adhd, heeft Defensie voor het nieuwe Dienmodel nog niet bekendgemaakt.

In Nederland geldt de dienstplicht voor iedereen met de Nederlandse nationaliteit. Volgens de Rijksoverheid kun je daarnaast dienstplichtig zijn in je andere land, bijvoorbeeld Turkije of Marokko. Vragen over afkoop of vrijstelling in dat land stel je aan de ambassade of het consulaat van dat land, niet aan de Nederlandse overheid.

Dat hangt af van de vraag. Volgens Ipsos I&O zegt 17 procent bereid én in staat te zijn mee te vechten bij een aanval op Nederland. Volgens Clingendael was bijna de helft bereid het vaderland te verdedigen, maar voor een ander EU-land daalde dat volgens hetzelfde onderzoek tot onder de 30 procent.

Volgens een panel van Hart van Nederland is 62 procent van de Nederlanders voor terugkeer van de dienstplicht, maar onder de 30 jaar maar 23 procent. Wie zelf zou moeten gaan, kijkt er anders naar. Volgens het EenVandaag Opiniepanel zou 54 procent van wie opgeroepen kan worden proberen eronderuit te komen.

Bronnen

De feiten en cijfers in dit artikel komen uit de volgende wetten, overheidsbronnen en peilingen.

  • Kaderwet dienstplicht
  • Wet gewetensbezwaren militaire dienst
  • Rijksoverheid en Defensie, dienstplicht, dienstplichtbrief, Defensie-enquête en Dienmodel
  • NOS
  • WIN/Gallup International End of Year-survey
  • Motivaction, in opdracht van Dit is de Kwestie
  • Clingendael en de Clingendael Defensiebarometer
  • Ipsos I&O
  • EenVandaag Opiniepanel
  • Hart van Nederland-panel

Neemt u afscheid van een dierbare?

RouwUitvaart.nl is een landelijk informatie- en verwijsplatform. De uitvaart zelf wordt verzorgd door een uitvaartverzorger bij u in de buurt, via onze vaste uitvaartpartner. Belt u ons, dan wordt u automatisch doorverbonden met het team van onze vaste uitvaartpartner, dat uw vragen beantwoordt en, als u dat wilt, de uitvaart in gang zet bij een uitvaartverzorger bij u in de buurt.

Wie over oorlog praat, praat uiteindelijk over mensen die niet thuiskomen. Die vraag verdient meer dan retoriek.

Team RouwUitvaart.nl

Ontdek meer verhalen

Paarse kaart: zelfdoding en seksueel misbruik, het verzwegen verband, met een gouden weegschaal
26 oktober 2026
Zelfdoding en seksueel misbruik: wat de cijfers zeggen, waarom het verband zo vaak verzwegen blijft en waar u hulp vindt. Praat erover: bel 113 of 0800-0113.
21 oktober 2026
De roze vogel is het logo van RouwUitvaart.nl: een roze rouwduif met een R, bekend van bellers, ballonnen, muntjes en folders. Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Kun je onsterfelijk worden? Over veroudering, de onsterfelijke kwal, AI, griefbots en jezelf laten invriezen: wat kan echt? Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Vinger in het stopcontact: wat 230 volt met het lichaam doet, waarom u soms niet loslaat en wat u doet bij een stroomongeval. Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Steentjes, munten en bloemen op een graf: de betekenis in de joodse traditie, bij militairen en christenen, en wat er mag. Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Waarom liggen graven naar het oosten? Over de opgaande zon, de christelijke opstanding, Jeruzalem en de richting van Mekka. Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Voeten vooruit gedragen: waarom een kist met het voeteneind eerst gaat, de uitzondering voor priesters en hoe dragers dragen. Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Oude rouwgebruiken: waarom spiegels werden afgedekt, de klok stilgezet, gordijnen gesloten en bijen ingelicht bij een overlijden. Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Zand op de kist gooien: waarom nabestaanden aarde, zand of bloemen op de kist strooien, christelijk, joods en islamitisch. Uitvaart regelen? 085-0048099
19 oktober 2026
Oversterfte in Nederland: wat het is, hoe het CBS en het RIVM het meten en welke oorzaken worden genoemd, van griep tot hitte. Uitvaart regelen? 085-0048099
-------Meer artikelen lezen------