Ga je dood aan kanker? Stadia en kansen | RouwUitvaart.nl
Achtergrond · stadia en kansen

Ga je dood aan kanker?

Wat de stadia betekenen, hoe de overlevingskansen werkelijk liggen en wat er verandert op het moment dat behandeling niet meer op genezing is gericht.

Feitelijk beschreven
Dag en nacht bereikbaar
Geen verkoopdruk
Heel Nederland
Direct antwoord op de hoofdvraag

Hoe vaak loopt kanker dodelijk af?

Ruim twee derde van de mensen bij wie kanker wordt vastgesteld, leeft vijf jaar later nog — en dat aandeel stijgt al jaren.

Direct antwoord

Kanker is niet één ziekte en niet één afloop. In de meest recente cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie (IKNL) leeft ruim twee derde van alle mensen met een kankerdiagnose vijf jaar later nog. Dat gemiddelde zegt weinig, want het verschil tussen stadia is groot: bij stadium één leeft na vijf jaar ruim negentig procent nog, bij stadium twee tachtig procent, bij stadium drie bijna zestig procent en bij stadium vier ongeveer een kwart. Juist in de latere stadia is de overleving de afgelopen decennia sterk verbeterd. Stadium vier betekent daarom niet dat er niets meer kan: behandelingen die de ziekte remmen kunnen jaren winnen. Wat wel verandert, is het doel — van genezing naar tijd en kwaliteit van leven.

Ook gezocht als: overlevingskans kanker, stadium 4 kanker levensverwachting, uitbehandeld betekenis, curatief of palliatief, prognose kanker, hoeveel procent overleeft kanker.

In het kort

  • Gemiddeld: ruim twee derde leeft na vijf jaar nog
  • Stadium één: ruim negentig procent na vijf jaar
  • Stadium vier: ongeveer een kwart, en stijgend
  • Palliatief: niet hetzelfde als stervend
  • Uitbehandeld: geen behandeling meer, wél zorg
  • Prognose: geldt voor groepen, niet voor één mens
Is er iemand overleden?

Bel 06-45100608 — wij zijn dag en nacht bereikbaar, vragen uw situatie uit en zoeken een zelfstandige uitvaartondernemer bij u in de buurt.

06 – 45 10 06 08
De stadia

Wat stadium één tot en met vier betekent

Het stadium zegt hoe ver de ziekte zich heeft verspreid, en dat bepaalt de kansen sterker dan de soort alleen.

Stadium Wat het betekent Nog in leven na vijf jaar
Stadium één Beperkt tot de plek van ontstaan, klein en niet verspreid Ruim negentig procent
Stadium twee Groter of doorgegroeid in de directe omgeving Ongeveer tachtig procent
Stadium drie Doorgegroeid en meestal met lymfeklieren erbij betrokken Bijna zestig procent
Stadium vier Uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam Ongeveer een kwart
Dit zijn landelijke cijfers over alle soorten kanker samen. Per soort lopen ze ver uiteen: bij sommige soorten is ook stadium vier goed te remmen, bij andere is stadium twee al ernstig. Vraag de behandelend arts naar de cijfers die bij déze soort horen.
De cijfers lezen

Wat een overlevingscijfer wel en niet zegt

Een percentage beschrijft een groep mensen; het voorspelt niets over de persoon die tegenover u zit.

Het is een gemiddelde

Achter zestig procent zitten mensen die twintig jaar leven en mensen die het eerste jaar niet halen. Het getal ligt ertussenin.

Het kijkt achteruit

Overlevingscijfers gaan over mensen die jaren geleden zijn behandeld. Wie nu begint, krijgt de behandelingen van nu.

Leeftijd telt mee

Bij oudere patiënten liggen de cijfers lager, onder meer door andere aandoeningen die de behandeling beperken.

Twee woorden uit de spreekkamer

Curatief, palliatief en uitbehandeld

Deze drie woorden bepalen het gesprek, en ze worden door naasten vaak zwaarder opgevat dan ze bedoeld zijn.

Een curatieve behandeling is gericht op genezing. Een palliatieve behandeling remt de ziekte en verlicht klachten, zonder uitzicht op genezing — maar palliatief betekent niet stervend. Die fase kan maanden tot jaren duren, met een leven dat gewoon doorgaat. Pas als er geen behandeling meer is die de ziekte kan afremmen, valt het woord uitbehandeld. Ook dan blijft er zorg: pijnbestrijding, verlichting van benauwdheid en misselijkheid, en begeleiding thuis of in een hospice. Het woord klinkt harder dan wat er in de praktijk gebeurt.

Het kantelpunt

Wat er verandert als de behandeling stopt

Niet de zorg stopt, maar het doel ervan; en de plek waar die zorg vandaan komt verschuift meestal mee.

Als het ziekenhuis niets meer kan doen aan de ziekte zelf, neemt de huisarts vaak de leiding over. De thuiszorg komt erbij, soms een gespecialiseerd palliatief team. De aandacht gaat naar pijn, benauwdheid, misselijkheid, onrust en slapen. Dit is ook het moment waarop het gesprek over de plek van sterven aan de orde komt: thuis, in een hospice of in het ziekenhuis. Vraag op tijd welk nummer u belt in de avond en de nacht, en leg dat briefje zichtbaar bij de telefoon.

Behandelen is nooit een verplichting. Iemand mag een behandeling weigeren of staken, ook als de arts hem nog zinvol vindt. Dat verandert niets aan de zorg die daarna volgt. Leg zo'n keuze wel vast en bespreek hem met de familie, zodat er later geen discussie ontstaat.
Praktisch

Zo bereidt u het gesprek met de arts voor

In deze volgorde haalt u uit een consult wat u er werkelijk uit moet halen.

  1. 1
    Schrijf uw vragen op

    Zet uw vragen vooraf op papier; in de spreekkamer verdwijnen ze anders uit uw hoofd.

  2. 2
    Ga met zijn tweeën

    Neem iemand mee die meeluistert en meeschrijft, want u onthoudt zelf maar een deel.

  3. 3
    Vraag naar het doel

    Vraag bij elke behandeling of het doel genezing is, remmen van de ziekte of alleen comfort.

  4. 4
    Vraag naar de andere kant

    Vraag ook wat er gebeurt als u van een behandeling afziet; dat is een reële mogelijkheid.

  5. 5
    Vraag om een vervolggesprek

    Plan een tweede gesprek in, zodat u thuis kunt bezinken en met nieuwe vragen kunt terugkomen.

Waarom deze pagina anders leest

Wat u hier wel en niet vindt

De cijfers met de nuance erbij, in plaats van een percentage dat u de hele avond blijft herlezen.

Wie hierop zoekt, komt meestal uit bij sites die één levensverwachting bij één soort noemen, zonder uitleg wat dat getal is. Dat leidt tot verkeerde conclusies, in beide richtingen. Wat wel helpt: weten dat het stadium zwaarder weegt dan de soort, dat overlevingscijfers achteruit kijken en dat palliatief niet hetzelfde is als stervend. En weten welke vragen u in de spreekkamer moet stellen, want daar krijgt u de cijfers die bij dít geval horen.

Wij geven geen medisch advies en doen geen uitspraken over individuele gevallen. De cijfers hier gaan over alle soorten kanker samen; wat er bij uw naaste geldt, weet alleen de behandelend arts.
Vooruitdenken

Wat betekent een prognose voor uw polis?

Een lopende uitvaartverzekering blijft gelden; een nieuwe afsluiten wordt lastiger.

Zolang de premie is betaald, keert een bestaande polis gewoon uit. Nieuw afsluiten kan na een ernstige diagnose moeilijker worden door gezondheidsvragen of een wachttijd in de eerste periode. Wat u wel kunt doen: nagaan of de bestaande dekking nog past bij wat u wilt, en of het verzekerde bedrag toereikend is voor de uitvaart die u voor ogen heeft.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over kansen en stadia

De vragen die mensen stellen na een diagnose, en de vragen die pas later opkomen.

Lang niet altijd. In de meest recente cijfers leeft ruim twee derde van de mensen bij wie kanker wordt vastgesteld vijf jaar later nog. Dat aandeel stijgt al jaren. Of het in een individueel geval goed afloopt, hangt vooral af van de soort en het stadium.

Grofweg: hoe ver de ziekte zich heeft verspreid. Stadium één is beperkt tot de plek van ontstaan, stadium twee en drie betekenen groei in de omgeving en betrokkenheid van lymfeklieren, en stadium vier betekent uitzaaiingen elders in het lichaam. Per soort kanker zijn de definities anders.

Het verschil is groot. In de meest recente cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie (IKNL) leeft na vijf jaar ruim negentig procent van de mensen met stadium één nog, tachtig procent bij stadium twee, bijna zestig procent bij stadium drie en een kwart bij stadium vier.

Nee. Ook bij stadium vier zijn er behandelingen die de ziekte remmen en klachten verminderen, soms jarenlang. De overleving in dit stadium is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Genezing is meestal niet meer het doel; tijd en kwaliteit van leven wel.

Dat er geen behandeling meer is die de ziekte kan afremmen of genezen. Het betekent niet dat er geen zorg meer is: pijnbestrijding, verlichting van klachten en begeleiding gaan door. Het woord klinkt harder dan wat er in de praktijk gebeurt.

Een curatieve behandeling is gericht op genezing. Een palliatieve behandeling is gericht op remmen van de ziekte en op comfort, zonder uitzicht op genezing. Palliatief betekent dus niet meteen stervend; die fase kan maanden tot jaren duren en vraagt om eigen keuzes.

Matig. Een arts baseert zich op groepen patiënten, niet op één mens. Sommigen leven veel langer dan gezegd, anderen korter. Vraag daarom liever wat er de komende tijd kan gebeuren en waar u op moet letten, dan om een getal in maanden.

Ja. Een behandeling kan altijd geweigerd of gestaakt worden, ook als de arts hem nog zinvol vindt. Dat is een eigen keuze die verder niets afdoet aan de zorg die daarna volgt. Bespreek zo'n besluit wel met de arts en met de familie.

Dan verschuift de zorg naar comfort: pijnbestrijding, misselijkheid, benauwdheid en rust. De huisarts neemt vaak de leiding over van het ziekenhuis, met ondersteuning van de thuiszorg of een palliatief team. Dit is ook het moment om te bespreken waar iemand wil sterven.

Vraag naar het doel van elke behandeling: genezing, remmen of comfort. Vraag wat er gebeurt als u niets doet. Vraag wat u thuis kunt verwachten en wie u belt buiten kantooruren. En vraag gerust of u het gesprek mag opnemen om het later terug te luisteren.

Meer informatie

Gerelateerde onderwerpen

Deze pagina's sluiten het dichtst aan: het ontstaan, de laatste fase en de zorg eromheen.